Pieter Douwes Dekker
Doopsgezind predikant Den Helder (1843-1861)
Pieter Douwes Dekker werd geboren op 12 december 1812 op Ameland. Hij was de oudste
zoon van Engel Douwes Dekker (Kapitein der Koopvaardij) en Sietske Eeltjes Kleijn.
Hij had een oudere zus, Catharina (geb 1810). Een jongere broer van hem, Eduard(geb 2
maart 1820) was de bekende Multatuli, schrijver van de Max Havelaar.
Pieter trouwde in Amsterdam op 22 juli 1841 met Marie Abrahamsz
Hij was afkomstig uit een doopsgezind geslacht en wordt predikant. Zijn eerste gemeente was
in de Beemster. In 1843 werd hij dominee van de Heldersche vermaning, die stond in de
Ouwe Helder in de nabijheid van de hervormde kerk bij de Conijnsberg.. Dit was nog een
schuilkerk met het uiterlijk van een schuur.
Pieter was een zeer sociaal mens.
Hij haalde een idee uit 1842 naar voren waarbij hij samen met kerkenraadslid en arts Dr. J.
Haremaker en anderen een voorstel deed tot oprichting van een plaatselijk ziekenfonds.
In 1848 kwam hij met een idee om een" Leesbibliotheek voor het Volk" op te richten. In het
"Weekblad van de Helder en Nieuwediep" plaatste hij regelmatig oproepen om boeken te
doneren voor deze bibliotheek.
Op 1e kerstdag, 25 december 1848 plaatst hij een uitgebreid artikel in deze courant waarin hij
o.a. schrijft: "......Gij Heeren, Gij Bazen, gij allen die behalve geld en goed, ook min of meer
een krachtige invloed op anderen hebt, gij kunt zooveel doen ! Laat ons werken zolang het
dag is !" Hij schrijft dat er een grote stapel boeken uit Amsterdam is ontvangen en diverse
Heldersche mensen hebben al boeken gegeven. "Zodra de boekenlijst gereed is (waarschijnlijk
vooraan in het Nieuwe jaar 1849) hopen wij in de Fransche School Maandag s avonds klaar te
staan om de boeken van uwe keuze uit te reiken en te wisselen "
Hij eindigt zijn artikel met: "......wanneer mijne medemenschen, met Gods hulp wijzer en
beter worden, dat zou mij nog meer verblijden. Daarvoor zou ik Hem innig danken die al wat
goed is geeft, en aan Wien ik ook dit gedeelte van mijn werk ootmoedig opdrage"
P. Douwes Dekker.
De bibliotheek wordt een succes. De boekenlijst kost een stuiver, en als de mensen dat niet
kunnen betalen krijgen ze het gratis.
De uitleen is in de Fransche school en later in het Wachthuis bij de houtzaagmolen.

Pieter wil ook een echte kerk voor zijn Doopsgezinde gemeente. In 1845 worden daar al de
eerste voorbereidingen voor getroffen, er wordt zelfs een huis en grond aangekocht aan de
Kanaalweg. Toch duurt het nog tot 1852 voordat het "lapje grond"in de Heldersche polder
wordt aangekocht waarop de huidige Doopsgezinde kerk wordt gebouwd.
Pieters oudste zoon, Engel legt op 3 april 1853 de 1e steen, en in november dat jaar wordt de
eerste godsdienst oefening in het nieuwe bedehuis gehouden. De oude vermaning in de Oude
Helder wordt dan verkocht.
Pieter woont dan nog met z'n gezin in z'n oude huis. In 1858 wordt de pastorie naast de
Doopsgezinde kerk gebouwd. Lang heeft Pieter er niet van kunnen genieten want terwijl zijn
oudste zoon Engel in Hellevoetsluis wordt toegelaten als machinist leerling (begin juni 1861)
wordt Pieter onwel en overlijdt plotseling op 4 juni 1861, slechts 49 jaar oud.. Hij laat een
vrouw en 4 zonen na.
Pieter was secretaris van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, waar hij ook vaak
lezingen gaf. Penningmeester van het Bijbelgenootschap, Directeur van het
Zendelinggenootschap.
Op 8 juni 1861 wordt hij op het Huisduiner kerkhof begraven. Er is dan een grote stoet van
belangstellenden en vrienden. Ds. J.H. Sonstral (evangelisch Luthers) sprak in krachtige
bewoordingen in diens hoedanigheid van Christen Leeraar., daarna nam Ds. G.E. Bron
(hervormd) het woord en schetste op gevoelvolle wijze de edele werkzame mens, de oprechte
vriend, die aan de maatschappij aan zijne vrienden en bovenal aan zijn gezin onttrokken is.
Op 12 juni 1861 hield Ds. Ledeboer Az een herdenkingsdienst in de Doopsgezinde kerk.
(n.a.v. Lukas XII vrs.40a, Gij dan zijt ook bereid)
In november 1861 vertrekt Maria Abrahamsz, weduwe van Pieter Douwes Dekker met haar
gezin uit Nieuwediep.
Tenslotte wordt 11 januari 1862 op de algemene begraafplaats een grafzerk geplaatst op de
rustplaats van Pieter Douwes Dekker. Aan de voet staan de woorden; "Zijne dankbare
gemeenteleden" De zerk is vervaardigd onder toezicht van de steenhouwer Bottelman, alhier
werkzaam bij de Dokwerken......

Leo Huisman