Dokter Egbert Loesberg (1897-1947)


Egbert Loesberg werd 27 september 1897 in Vlissingen geboren, deed in Middelburg eindexamen HBS en slaagde in 1923 voor het artsenexamen. Om de studie te kunnen betalen nam hij dienst bij de Koninklijke Marine als officier van Gezondheid. Na het huwelijk met Paulina Spruit kwam het paar aan de Singel te wonen. Men heeft er nauwelijks van kunnen genieten want Egbert kreeg onverwachts bericht om met zijn vrouw naar Nederlands Indië te vertrekken, zodat het Oranjefeest op 31 augustus (verjaardag Koningin Wilhelmina) aan boord van het passagiersschip Jan Pietersz. Coen werd doorgebracht. Bij het bunkeren in Southampton had het echtpaar volop gelegenheid de fraaie omgeving te bekijken. Na enige omzwervingen kwam mevrouw Loesberg in Soerabaja te wonen, terwijl haar man op allerlei oorlogsbodems dienst deed. Wonderlijk genoeg arriveerde hij tijdig in Soerabaja waar zijn vrouw door hem van een dochter werd verlost. Hij had zich als medisch student bijzonder op de obstetrie (verloskunde) toegelegd omdat het zijn vurige wens was als huisarts in een plattelandsdorp te gaan werken. Na terugkeer in Nederland betrok het gezin in 1928 een woning aan de Stationsstraat, alwaar naderhand de burgerpraktijk begon. Door de goede naam, als marinearts verworven, kreeg hij al spoedig "de loop" en moest men naar een meer geschikte woning uitzien. De keuze viel op het perceel Westgracht 9, eigendom van de familie Klik. Het bureau bleek geschikt als wachtlokaal en de ruime voorkamer werd ingericht als spreekkamer. Een huisarts moest soms een duizendpoot zijn. Behoudens vergaderingen was van samenwerking tussen huisartsen nog weinig sprake. Assistenten voor dokterspraktijken waren meestal niet opgeleid. Wanneer de echtgenote bij het laboratorium- en het administratiewerk niet kon bijstaan, dan diende de arts dat te doen. Oudere Nieuwediepers herinneren zich, dat de stad gedurende de Tweede Wereldoorlog door vriend en vijand werd gebombardeerd, zodat Den Helder op den duur werd ontvolkt. Degenen die er om bepaalde redenen bleven, dienden 's nachts elders huisvesting te vinden. Het gezin Loesberg bivakkeerde drie maanden in Heerhugowaard en later bij de familie G.A. Preijde aan de Molenvaart, Breezand. Nadien keerde het gezin naar de Westgracht terug. In september 1944 besloten de Duitsers Den Helder met uiterste inzet te verdedigen. Iedereen die hier niet strikt nodig was moest evacueren. Loesberg behield echter zijn praktijk voor de weinige achterblijvers, waartoe NSB-burgemeester Frinking behoorde. Hij verstrekte soms waardevolle informatie die Loesberg als illegaal werker prima van pas kwam. Wat zijn ondergrondse arbeid inhield wist bijna niemand. Bij kruidenier Riezelman aan de Binnenhaven waren joden ondergedoken die later bij Loesberg onderdak kregen. Toen het joodse echtpaar Van Gelder een baby kreeg, moest ter bescherming naar een andere schuilplaats worden uitgezien. Ter voorkoming dat de baby zou worden gehouden voor één van de dochters van het doktersgezin (in geval van verwoesting van het huis), maakte Gijs Rietmulder (ambtenaar van de Burgerlijke Stand) een geheime geboorteakte. Deze verdween in een dikke gordijnbuis en werd vervolgens onder de grond gestopt. Het heeft als bewijsstuk niet behoeven te dienen omdat het personeel geen schade opliep en de bewoners niets overkwam. Na de bevrijding werd Loesberg aangewezen als lid van de Vereniging Oud Illegale Werkers (VOIV). De verzetsgroep waartoe hij behoorde bestond Bas van Tot, R. Duinker, W Langerak, J. de Glopper, Ch. Limonard, I. van Gelder, H. Weidema, J.W. Biersteker, A.P.J. Biersteker-Snoerwang, Gijs Rietmulder en Dick Abbenes. Laatstgenoemde stierf in een concentratiekamp. De in brede lagen van de bevolking beminde dokter Loesberg, die ondanks zijn drukke praktijk een ieder met raad en daad bijstond, overleed onverwacht op 15 juni 1947. Bij de toekenning van de verzetskruizen heeft de weduwe dat postuum ook voor haar man aangevraagd en was zo vrij het tevens voor haarzelf aan te vragen, denkende aan het risico gefusilleerd te worden bij het ontdekken van de hulpverlening aan het Joodse gezin en de uitgifte van valse Ausweisen en andere officiële stukken, die aan de Westgracht werden vervaardigd. Loesberg heeft zijn daden nimmer aan de grote klok gehangen en deze in al zijn gecompliceerdheid verricht. Zijn optreden was fors, maar hij bleef een warmvoelend mens die zijn gevoelens altijd achter een luchtig woord verborg. Na de Duitse terugtrekking heeft hij tot het laatst een groot deel van zijn werkkracht gegeven in het belang van de nagelaten betrekkingen van omgekomen illegale strijders.

marinus vermooten